De ongrijpbare Miljardair en het Hollandse Schijngevecht
Stel je voor: je bent miljardair. Je bezit een vloot aan brievenbusfirma’s, een trust op Jersey, een villa in Zwitserland en een belastingadviseur die sneller schakelt dan de Belastingdienst koffie kan zetten. En dan komt Nederland, met een opgestoken vinger en een glimlach, zeggen: 'We willen graag dat de sterke schouders meer belasting gaan betalen.' Je zou er bijna van in lachen uitbarsten, als je niet al op je jacht zat, ver buiten de territoriale wateren.
Eerlijk gezegd is belasting heffen op miljardairs in Nederland vooral symbolische politiek geworden.
We doen alsof we boos zijn, we oefenen in Brussel onze bezorgde gezichten, en we knikken instemmend wanneer deskundigen zoals Gabriel Zucman pleiten voor een wereldwijde belasting van 2% voor superrijken. Maar in de praktijk? Nederland blijkt nog steeds één van de aantrekkelijkste belastingparadijzen voor grootvermogen. Een land waar rijken graag hun geld naartoe brengen, met een netjes imago. En dat mag vooral zo blijven.
Het probleem is niet dat miljardairs hun geld verstoppen, het is dat ze het legaal kunnen verstoppen. Ze hoeven hun aandelen niet te verkopen (dus geen winst, dus geen belasting), ze lenen tegen hun vermogen (dus geen inkomen, dus geen belasting), en als ze sterven, zorgen slimme constructies ervoor dat de erfgenamen vrolijk verder kunnen zonder zich ervoor in te spannen, zonder veel af te dragen. Het is het beroemde “buy, borrow, die”-model. En Nederland? Dat faciliteert het met een glimlach en een ruling.
In Den Haag klinkt het inmiddels als een mantra: 'We willen een eerlijker belastingstelsel.' Maar zodra het over echte vermogens gaat, wordt het stil. Ja, ze willen er wel 'constructief over meedenken binnen Europees verband' maar dat is natuurlijk de Haagse code voor: 'We wachten tot Duitsland iets doet.' Ondertussen wordt er gewerkt aan een 'exitheffing' voor extreem vermogenden die emigreren, maar ook dat is vooral symboliek zolang de deur naar belastingparadijzen wagenwijd open blijft.
Nederland wil graag deugzaam lijken én aantrekkelijk blijven voor kapitaal. Dat leidt tot schizofrene beleidsvoering: we ondertekenen internationale verklaringen tegen belastingontwijking, terwijl we zelf een infrastructuur in stand houden die precies dat mogelijk maakt. We zijn de nette boekhouder van Europa, maar met een dubbele boekhouding.
Terwijl de miljardairs hun vermogen parkeren in trustfondsen, krijgt de gemiddelde Nederlander een blauwe envelop op de mat voor een paar tientjes spaarrente. De kloof tussen belasting op arbeid en belasting op vermogen is geen fout in het systeem: het ís het systeem. En zolang we blijven doen alsof we het probleem kunnen oplossen zonder echte keuzes te maken, verandert er niets.
Dus ja, belasting heffen op miljardairs is moeilijk. Maar niet omdat het technisch onmogelijk is. Het is moeilijk omdat we het niet echt willen. Want wie de macht heeft om belasting te ontwijken, heeft vaak ook de macht om belastingbeleid te beïnvloeden. En in dat spel is Nederland geen slachtoffer, maar een gewillige speler.
Reacties
Een reactie posten