Het witte volk moet zich verenigen

Niemand zegt nog dat het ene ras beter is dan het andere. Dat spel is voorbij, de scheidsrechter heeft afgefloten, de tribunes zijn leeg. Wie nog met die bal speelt, wordt weggezet, terecht, en verdwijnt in de coulissen van de geschiedenis, tussen de NSB-vaandels en de rassenleer van een eeuw geleden.
Maar het spel is niet gestopt. Het is van vorm veranderd.

De nieuwe taal zegt niet: wij zijn beter. De nieuwe taal zegt: wij worden bedreigd. Er is een verschil, en het is een verschil dat werkt. Superioriteit vraagt om trots, en trots is verdacht geworden. Bedreiging vraagt om saamhorigheid, en saamhorigheid klinkt onschuldig. Wie zich verenigt tegen een gevaar, is geen racist. Hij is voorzichtig. Hij is een overlevende.
Zo wordt het "boreale Europa" een noordelijke beschaving in crisis, geen superieur ras maar een bedreigde soort. Zo wordt vervanging een demografisch feit in plaats van een politiek programma. Zo wordt het woord "elite" een verklaring voor alles wat niet meer klopt: zij hebben het gedaan, zij hebben ons dit aangedaan, zij nooit met een gezicht, altijd met een functie. D66-rechters. De linkse kerk. Degevestigde orde die niet rechts genoeg is, en daarom evengoed vijand is.
Het handige van deze taal is dat ze zichzelf vrijpleit voordat iemand haar beschuldigt. Ze zegt niet: verenig je omdat je beter bent. Ze zegt: verenig je omdat je anders verdwijnt. Dat is geen hooghartigheid, dat is angst, en angst wordt zelden een moreel verwijt gemaakt. Angst is menselijk. Angst vraagt om begrip, niet om weerlegging.
Maar het resultaat is hetzelfde als vroeger, alleen de verpakking is veranderd. Een groep wordt gedefinieerd tegenover een andere. Een geïdealiseerd verleden wordt teruggeëist. Een minderheid, vluchteling, moslim, "D66-rechter", wordt de zondebok voor een verlies dat niemand kan aanwijzen maar iedereen kan voelen. 

Dat is het draaiboek dat historici van het fascisme al jaren beschrijven, en het is geen toeval dat het draaiboek werkt. Het is precies zo ontworpen dat het werkt.
Het venijnige zit in de verdediging vooraf. Wie het benoemt, wordt vervolgens beschuldigd van het schofferen van mensen die "gewoon bezorgd" zijn. Het gesprek gaat dan niet meer over wat er gezegd wordt, maar over wie het te hard vindt om het racisme te noemen. De aanklacht wordt de misdaad, en de bezorgdheid wordt de verdediging.

Dat is de fase waarin we zitten. Niet de fase van het hakenkruis, maar de fase van het bange, verenigde wij. Onschuldiger in toon. Even dodelijk in uitkomst.

Reacties

Populaire posts van deze blog

De oorspronkelijke Nederlander

De geur van oorlog en wasverzachter

5 mei Wat vieren we eigenlijk?